Waarom is Linux ineens een hot topic?
Linux is in 2026 ineens overal: op Steam, in de pers, in overheidsbeleid. Niet omdat het OS plotseling beter is geworden, maar omdat Windows is gevallen, en omdat de twee echte drempels (apps en installatie) in stilte zijn opgelost. Dit is geen revolutie maar een verschuiving die voor het eerst ook op je eigen bureaublad terecht zou kunnen komen.
Het is begin 2026 en Linux duikt overal op. Op je tijdlijn. In je nieuws-app. Op Steam. In de podcasts van mensen die anders alleen over Macs praten. Voor wie er twintig jaar niet naar omgekeken had, lijkt dat onverklaarbaar. Wat is er ineens veranderd?
Het korte antwoord: niet Linux. Windows.
Drie cijfers waar je niet meer omheen kunt
Op 14 oktober 2025 stopte Microsoft de support op Windows 10. Honderden miljoenen functionerende PC's mogen niet door naar 11 omdat hun CPU te oud is of geen TPM 2.0 heeft. Tegelijk passeerde Linux voor het eerst sinds het bestaan van de Statcounter-meting de 3%, kort daarop in de VS de 6% en in Frankrijk boven de 5%. Op Steam tikte het 5,33% aan, een all-time high, mede door de Steam Deck, die in drie jaar 5,6 miljoen keer over de toonbank ging. Op de servers waar deze hele economie op draait, is Linux allang geen optie meer maar de norm: 61,1% van het web, 96,4% van alle Kubernetes-clusters, 100% van de vijfhonderd snelste supercomputers ter wereld.
Drie cijfers, één conclusie. Linux is geen niche meer. Het is alleen op de plek waar jij zit lang afwezig geweest.
De aanname die deze plek afgrendelde
De aanname is een oude. Linux is iets voor mensen met baarden en een terminal-verslaving. Iets voor systeembeheerders die hun computer behandelen als een huisdier dat opgevoed moet worden. Die aanname klopte. Lang.
Ik weet dat omdat ik er aan de andere kant van zat. Rond 2005 kreeg ik een donor-PC mee van het werk van mijn moeder. Mijn eerste eigen computer. Ik heb hem opgewaardeerd tot het maximum dat het moederbord aankon, en het was nog steeds niet genoeg om Windows XP draaglijk te laten draaien. Ik probeerde Ubuntu, en het was meteen beter dan wat XP me kon bieden.
Op die eigen PC werd Ubuntu mijn dagelijkse omgeving. De familie-PC ernaast bleef gewoon Windows draaien, en in dat verschil zit eigenlijk het hele oude verhaal. Ik had de tijd en de honger om uit te zoeken hoe alles werkte. Mijn vader gebruikte zijn deel van de huiscomputer voor precies één ding: Davilex routeplanner. Er was geen Linux-versie van, er was geen alternatief, en dat was het patroon. Niet het OS was te moeilijk. De software die niet-technische mensen om me heen nodig hadden, was er simpelweg niet.
Twintig jaar later
Twintig jaar later draai ik vrijwel elke werkdag in een Linux-omgeving. In mijn homelab staan tientallen Linux-VM's, ik werk professioneel in meerdere Linux-development-stacks, en thuis liep er al jaren een Linux-VM puur voor mijn dagelijkse personal computing. Pas toen ik merkte dat ik in mijn vrije tijd vaker in die VM zat dan in de dedicated Windows-machine ernaast, heb ik op de flightsim-PC die jarenlang als pure Windows-bunker dienst deed een dual boot met EndeavourOS gezet. De installer vroeg drie vragen en was binnen vijf minuten klaar. Alles werkte feilloos out-of-the-box, inclusief mijn niche flightsim-hardware waar Windows nog losse drivers voor verlangde. De enige uitzondering: een twaalf jaar oude Motu Ultralite MK3. Één apparaat uit twintig.
Wat me daarna het meeste opviel zat niet in de installatie maar in het gebruik. Op exact dezelfde hardware reageerden file manager-acties direct in plaats van met een halve seconde lag, bewogen cursor en vensters merkbaar vloeiender, en hadden window-compositor en proces-scheduler zichtbaar meer ruimte om hun werk te doen. Dezelfde silicon, ander gevoel.
Wat er stilletjes is opgelost
De twee dingen die Linux twintig jaar lang voor de gemiddelde gebruiker afgrendelden waren niet de drivers en niet de hardware. Het waren de apps die er nÃet waren, en de manier waarop je apps installeerde. Beide zijn in stilte opgelost.
Het eerste door de browser. Het meeste werk dat tien jaar geleden in een lokale app gebeurde, gebeurt nu in een tab. Mail, agenda, documenten, design, projectmanagement, communicatie. Voor de apps die wél lokaal moeten draaien is de community die Windows- en Mac-software port naar Linux inmiddels immens, en daarnaast is een groot deel van de losse desktop-software gewoon native beschikbaar. Ik draai op mijn Arch-installatie zelfs een uitstekende Apple Music-client. Iets wat tien jaar geleden ondenkbaar was.
Het tweede door distributiekanalen. Op de meeste moderne distro's installeer je apps met één klik: Snap op Ubuntu, Flathub cross-distro, en de eigen app stores die in Ubuntu, Linux Mint, Pop_OS en Fedora standaard aan staan. Geen apt-get, geen repository-files bewerken, geen sudo typen. De terminal is er nog wel, zoals die op Windows ook is, maar je hoeft hem niet meer aan te raken om te functioneren.
De drempel is niet verlaagd, hij is verplaatst
Hier zit het ongemakkelijke deel. De vraag is niet meer of Linux klaar is voor gewone gebruikers. Het is of Windows dat nog is. Microsoft begon in april 2026 met geforceerde upgrades naar 25H2 op onbeheerde machines. Recall maakt elke paar seconden een screenshot van je werk in een lokale database. Het Startmenu bevat advertenties. Windows Central noemde 2025 "het slechtste jaar voor Windows 11 ooit"; Microsoft erkende publiekelijk dat het bedrijf "moet verbeteren". Banken, ziekenhuizen en overheden passen hun migratiestrategie aan: Zwitserland nam een wet aan die open source verplicht stelt, Duitse Länder schakelen over op LibreOffice en Linux.
De drempel is dus niet verlaagd. Hij is verplaatst.
Wat ik je zou aanraden
Dit is geen revolutie, het is een verschuiving. En als je nieuwsgierig bent geworden naar een besturingssysteem dat je niet in de weg zit maar gewoon doet wat je vraagt, is er nooit een betere maand geweest om er een middag aan te besteden. Ik zou niet beginnen bij Arch of Gentoo. Ik zou beginnen bij een distro die expliciet is gemaakt voor mensen die geen terminal-cursus willen volgen: Ubuntu, Pop_OS of Fedora. Zet een dual boot naast je huidige Windows en kijk hoe lang het duurt voor je merkt dat je per ongeluk in het verkeerde systeem inlogt. En ja, je mag zelf bepalen of die knop linksonder "Start" heet, "Stop", of "Willem".
Voor de pro-collega's tussen de lezers: ik loop al jaren met het idee voor één-functie-Linux-boxen in de regie. Een systeem dat maar één ding doet, bijvoorbeeld multitracks afspelen voor een virtual soundcheck, en dat zo gesloten en stabiel is dat er nooit een Windows-update tussendoor komt. Een Mac is prachtig in die rol, maar duur als je er vier op je regie wilt. Linux kan dit snel, goedkoop en betrouwbaar. Als je daar een keer over wilt sparren: kom maar op.
Voor iedereen die nieuwsgierig is maar niet weet waar te beginnen: ik help met plezier bij het kiezen van een distributie of bij die eerste installatie. Geen evangelisme, alleen praktisch. En wat mezelf betreft: het volgende project op deze flightsim-PC is om óók de simulator naar Linux te halen. De simulator zelf bestaat gewoon native voor Linux, dus die migratie is een eitje. Wat tijd kost is het opnieuw configureren van mijn Boeing 737-simulatie binnen die software, en dat is hetzelfde precisiewerk dat het op Windows ook was. Niets aan Linux, alles aan luchtvaart. Komt nog dit jaar.
Voetnoot: wie houdt deze standaard eigenlijk draaiende?
Veel van wat hier "gewoon werkt" leunt op een handvol mensen die het in hun avonduren onderhouden. Niet de kernel: die wordt voor zo'n 85% door betaalde engineers van Red Hat, Intel, Google en Meta gebouwd. Maar de duizenden lagen daarboven wél. Debian draait op ongeveer duizend vrijwilligers, Linux Mint op een team van twaalf, en één populaire distro bedient volgens een recente analyse vijf miljoen gebruikers met vierentwintig onbetaalde maintainers. In 2024 bleek xz utils, een compressie-library die in vrijwel élke Linux-installatie zit, dertien jaar lang door één uitgeputte vrijwilliger onderhouden. Een Microsoft-engineer ontdekte tijdens een hobby-benchmark een backdoor met CVSS-score 10.0. Het halve internet hing een week aan zijn opmerkzaamheid.
En de mensen die de standaard daadwerkelijk draaiende houden, die het stil doen, vanaf zolderkamers en in avonduren, hebben waarschijnlijk wel een koffie verdiend.
We want more.....
Nog ff nerden dan?
Welke Distro's?
Ik ben gestart met plain old Ubuntu (rond 2005), maar dat vond ik al snel te vanilla en een tikkie te bloated.
Ik ben achteraf van mening dat ik daar langer had moeten blijven hangen, want dat had mijn Linux adoptie erg geholpen, maargoed... ik was eigenwijs natuurlijk.
Vervolgens ben ik wat aan het distro hoppen geweest naar lichtere versies van Ubuntu en verschillende andersoortige spins.
Uiteindelijk lande ik op Fedora en dat is echt heel wat jaren mijn thuisbasis geweest.
Een jaar of 6 a 7 geleden heb ik de stap gemaakt naar Arch omdat Fedora voor mijn gevoel meer richting Ubuntu begon te kruipen.
Iets wat ik voor de adoptie van nieuwe Linux gebruikers geweldig vind, maar wat voor mij een beetje begon te bijten.
Ik heb vervolgens een jaar of 6 Manjaro gedraaid omdat ik die ervaring (na wederom wat distro hoppen) gewoon heel clean vond en de support community heel sterk is.
Afgelopen jaar heb ik een klein zijstapje gedaan van Manjaro naar Endeavour OS, omdat die een iets cleanere Arch ervaring levert.
Met mijn tweaking vraag ik mij af hoeveel Endeavour er nog over is, maar evengoed vind ik het een fijn startpunt.
Zoals hierboven al benoemd heb ik gaandeweg altijd bijna dagelijks in Ubuntu en Ubuntu server gewerkt voor professionele doeleinden dus ik ben de apt get's niet verleerd ;)
Welke DE's?
Ik ben groot KDE fan.
Ik heb alle betaalde besturingssystemen redelijk uitgediept in de afgelopen jaren en KDE maakt tools waar ze geen van allen aan kunnen tippen.
KDE Connect is een smartphone <-> desktop koppeling waar zelfs Steve Jobs en Tim Cook van dromen (ik weet de naam van de nieuwe Apple Guy nog niet, sorry).
DAT is nu echt een meerwaarde voor mij. Ookal is het maar iets kleins.
Ik heb wel een korte poos GNOME gebruikt in Fedora en dat was ook meer dan goed, maar KDE blijft voor mij een ongevenaarde ervaring.
Wist je dat je in KDE plasma je hele start menu zelf kunt indelen met eigen categorieen en wat al niet meer?? Fantastisch!
Must haves bij iedere Linux install die ik doe:
- Tabby terminal en SSH;
- Libreoffice (daar kan Microsoft een hele hoop leren als je het mij vraagt)
- Okular PDF reader;
- Inkscape (ik kan niet Photoshoppen, maar dit kan ik wel);
- Dolphin (Absolute beste filemanager als het mij vraagt)
- Tailscale;
- Rustdesk;
- Btop++ (diagnostics)